Google analytics

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie is een van de meest effectieve behandelingen bij depressies en richt zich op het veranderen van zowel jouw denkpatronen (cognities) als jouw gedragspatronen.

 

Wie belangrijke zaken en gebeurtenissen in zijn leven steeds weer vanuit een negatief standpunt bekijkt, wordt gemakkelijk somber of geïrriteerd. Je zult merken dat je stemming beter hanteerbaar wordt als het je lukt om negatieve gedachten te veranderen. Het uitgangspunt bij cognitieve therapie is dat feitelijke gebeurtenissen zelf niet zozeer somberheid veroorzaken, maar dat je gedachten die je bij de gebeurtenis oproept je depressief of somber maken (bijvoorbeeld: iemand wil een situatie veranderen maar dat lukt niet de eerste keer, jij/zij denkt dan meteen het ergste: “zie je wel, ik kan het niet”).

 

Naast negatieve gedachten is wat iemand doet ook van invloed op hoe de persoon zich voelt. Als iemand door zijn depressie bepaalde zaken steeds uit de weg gaat, versterkt zijn depressie in plaats van dat deze vermindert. Binnen de cognitieve gedragstherapie wordt gekeken welk gedrag niet werkt en wordt nieuw gedrag geoefend.

De therapeut helpt je om die gedachten op te sporen die je depressief maken. Vervolgens wordt gekeken of deze gedachten ook kloppen met de werkelijkheid. Als je tot de conclusie komt dat de gedachte onjuist is, wordt gekeken of je tot een andere gedachte kunt komen die jouw meer helpt in plaats van dat die je depressief maakt. Voor het slagen van de behandeling met cognitieve gedragstherapie is het noodzakelijk dat je dagelijks huiswerkopdrachten uitvoert. Je kunt bijvoorbeeld gedachtendagboekjes bijhouden van situaties waarin jij je vervelend voelde en de gedachten die daarmee samenhingen uitwerken. Ook is het mogelijk dat je de opdracht krijgt om te toetsen of bepaalde opvattingen kloppen. Daarnaast kijk je samen met de therapeut naar welke dingen die jij doet die je somber maken (gedragspatronen). Deze gedragspatronen en de omstandigheden breng je in kaart om vervolgens met oefeningen beter te kunnen reageren op die omstandigheden.